< Vorige | Volgende > |
Dohmen advocaten, Tilburg (1)
Dohmen advocaten
T.a.v. Mr. H.J.A.M. Dohmen
Goirkestraat 185-01
5046 GJ Tilburg
Fax: (013) 58 21 898
Datum | Behandeld door: | Kenmerk |
28 januari 2006 | J.G. Scholten | Faillissementen PF BV / St. PF Uw kenmerk: 20040071 |
Geachte heer Dohmen,
Namens mevrouw K. Selmi en de heer C. van Deudekom, en in onze hoedanigheid van bedrijfsadviseur, komen wij in hoofdlijnen terug op uw brieven van 5 januari 2005 en 5 januari 2006.
1. Intakegesprek.
Op 14 juli 2004 hadden wij een urenlang gesprek met u, samen met de heer Van der Burgt, inzake de beide faillissementen. We bespraken de oorzaak, het faillissement van Bella Moda Gmbh en onze vordering daarop van € 163.000,-, de gevolgen ervan, het kort gedingvonnis inzake een voorschot kredietverzekeringsuitkering en de rechten en plichten in de boedel. Wij spraken af dat u een beroep kon doen op de kennis van ons c.q. de accountant in dezen. Vervolgens hebben wij niets meer van u gehoord c.q. heeft u ons als adviseurs genegeerd. Hierdoor zijn veel doelredeneringen niet door de feiten weerlegd.
2. Aanlevering stukken faillissementsaanvragen.
Voor zowel de Stichting Professional Footwear (Stichting) als Professional Footwear B.V. (B.V.) zijn complete jaarrekeningen en tussentijdse cijfers tot en met faillissementsdag aangeleverd. Later heeft de accountant op eigen initiatief, en tegen uw wensen in, de bijbehorende administraties ingeleverd (brief 17 januari 2005). Er is per faillissement een uitstekend gedocumenteerd en goed inzichtelijk dossier beschikbaar en nota bene van zéér beperkte omvang. Er ontbreekt niets aan. U heeft nimmer concreet aangegeven wat er mist of onduidelijk is. Kennelijk had u aan feitelijke kennis géén ondersteuning nodig.
3. Faillissementsverslagen.
Wie schetst onze verbazing dat er twee faillissementen zijn uitgesproken, de Stichting en de B.V., terwijl alle verslagen een samenvoeging van beide zijn. Dit is niet juist en niet rechtsgeldig. Het voordeel van uw werkwijze is dat u in uw rol van curator in uw correspondentie hierover alles door elkaar kunt halen en géén afzonderlijk beeld geeft van de beide boedels (uw behoefte aan inzicht in rechten en plichten per onderneming?). Deze voorstelling van zaken is onjuist en wij verzoeken de rechter-commissaris u te gelasten vanaf het eerste verslag uw huiswerk over te doen en separaat de faillissementen te verslaan. Daarmee komt ook zicht op uw specifieke handelen namens beide boedels jegens derden, waarop we later terugkomen.
4. Controlerapport belastingdienst.
Op 24 juli 2003 verscheen een controlerapport over de jaren 1999 t/m 2002. De onder punt 5 vermelde afspraken spreken boekdelen. Alle afspraken zijn op het moment van afronding al geëffectueerd. Kunt u aangeven welke oorzakelijk verband er bestaat tussen de bevindingen in dit rapport en uw bevindingen dat de in uw bezit zijnde administratie onvoldoende inzicht geeft in de rechten en plichten van de afzonderlijke boedels? U suggereert dat er géén verbeteringen zijn terwijl u nergens concreet aangeeft wat u in de beschikbare administraties onjuist of onvolledig vindt, of zelfs ontbreekt naar uw mening. Erger, u communiceert daar niet over met de accountant en baseert zicht op onderzoeksconclusies die een periode beslaan van 1999 t/m 2002, dus van ver vóór de verbeteringen en het faillissement.
5. Kort geding vonnis.
Uit het vonnis van 10 februari 2004 blijkt dat de curator van Bella Moda Gmbh de vordering heeft erkend en dat de procureur van de kredietverzekeringsmaatschappij suggereert dat er niet sprake is van twee afzonderlijke maar van feitelijk één onderneming. Dit laatste om te bereiken dat er géén uitkering (voorschot) kredietverzekering hoeft plaats te vinden. Deze doelredenering gaat geheel voorbij aan de feitelijke situatie en wordt nergens feitelijk onderbouwd! De rechter neemt deze conclusie ook niet over en meent dat een bodemprocedure daarvoor een geschikter middel is om dit te onderzoeken. En wat doet u? U concludeert hetzelfde. En zonder enige terughoudendheid en onderbouwing. U suggereert dat er géén twee afzonderlijke rechtspersonen zijn, géén twee afzonderlijk opererende ondernemingen zijn, géén twee fiscale nummers, géén twee gescheiden administraties (en absoluut géén gezamenlijke boekhouding), géén twee geheel verschillende klantenkringen (detailhandel en eindgebruikers versus groothandel), géén aparte inkoopkanalen en géén twee gehéél verschillende marketingstrategieën (in verband met de verschillende bruto winst marges binnen groothandel en detailhandel). Dat de B.V. géén voorraad houdende onderneming is en de Stichting wel was u nog niet bekend. Zie óók de afspraak met de belastingdienst dat de B.V. moet worden opgericht. Het komt u als curator beter uit een niet onderbouwde noch gemotiveerde conclusie van de verzekeringsmaatschappij over te nemen dan de feitelijke situatie als vertrekpunt te nemen. Zie onze conclusies onder punt 3 over twee gescheiden faillissementsverslagen hiervoor.
6. Faillissement van Bella Moda Gmbh.
Bella Moda Gmbh heeft vermoedelijk een doorstart gemaakt kort na het faillissement? Wat heeft u in uw hoedanigheid van enig bevoegde namens de Stichting gedaan om deze vordering alsnog geïncasseerd te krijgen, conform onze afspraken in het gesprek van 14 juli 2004? Wij wensen alle correspondentie uit 2004 te zien die deze incasso betreft, en als deze ontbreekt bent u verantwoordelijk en aansprakelijk voor het gemis aan deze boedelinkomsten.
7. Bestuurders.
U stelt de bestuurders aansprakelijk voor onbehoorlijk bestuur. Kunt u aangeven welke bestuurder voor welke handelingen door u aansprakelijk wordt gesteld in de tijd (beleidbepalend)? Daarbij gaan wij ervan uit dat er twee gescheiden ondernemingen zijn met elk hun eigen rechten en plichten, verantwoordelijkheden en ondernemingsbeleid. Zie punt 3 faillissementsverslagen en punt 5 kort geding vonnis.
8. Deponeringen.
Kunt u per faillissement aangeven welke deponeringen ontbreken en / of onjuist zijn en gelijktijdig het oorzakelijke verband tussen deze omissie en de oorzaak van het faillissement? Immers, het faillissement van Bella Moda Gmbh is de enige feitelijke oorzaak van het faillissement.
9. Privé opnamen.
Kunt u precies aangeven wat voor opnamen het betreft, in welke onderneming, en of deze als kosten in een kostengrootboek zijn geregistreerd of in een rekening courant verhouding zijn opgenomen?
10. Kredietverzekeringsmaatschappij.
Wat heeft u gedaan in uw hoedanigheid van curator om alsnog de verzekerde uitkering bij non-betaling door Bella Moda Gmbh te bemachtigen. Indien u hier niet achteraan bent gegaan in een bodemprocedure houden wij u hiervoor verantwoordelijk en aansprakelijk. Wij wensen inzage in de stukken gedateerd 2004 en niet de latere.
11. Samenvatting en conclusie.
- U bent als curator vermoedelijk verwijtbaar nalatig geweest terzake de incasso van de vordering op Bella Moda Gmbh c.q. de kredietverzekeringsmaatschappij, zoals blijkt uit uw geboekte resultaten als vermeld in de faillissementsverslagen.
- U bent als curator vermoedelijk verwijtbaar nalatig terzake de faillissementsverslagen door deze als zijnde één faillissement te presenteren in plaats van twee, omdat er twee faillieten zijn die afzonderlijk opereerden in het maatschappelijk verkeer met elk hun eigen boedel met rechten plichten en afzonderlijke administraties en jaarrekeningen.
- U neemt als curator de conclusies van de procureur in voornoemd kort geding van de kredietverzekeringsmaatschappij klakkeloos over terzake het niet bestaan van feitelijk twee afzonderlijke maar van praktisch één onderneming, zonder ook maar enige steekhoudende argumentatie en onderbouwing, en verbindt hieraan allerlei conclusies die vervolgens een misleidend beeld geven van de positie van de bestuurders.
- U neemt als curator de bevindingen klakkeloos over uit het onderzoekrapport van de belastingdienst en suggereert zonder ook maar enige steekhoudende argumentatie en onderbouwing dat er niets is veranderd en verbeterd in de financiële administratie vijf jaar later. U Geeft nergens concreet aan wat mis is hierin en heeft geweigerd de dossierdeskundigen te raadplegen hierover.
- Wij concluderen dat u de echte kwesties uit dit faillissementsdossier heeft laten liggen ( de oorzaak van het faillissement en incasso van de vordering) en zich concentreert op de non-issues (de rol van de administratie en de bestuurders). Waarom u dit doet, en waarom de rechter commissaris dit toestaat, is ons volstrekt onduidelijk. Zijn het de faillissementskosten die u zich als doel stelt?
- Wij verzoeken de rechter commissaris een onafhankelijk, objectief en deskundig "curator" onze bevindingen in uw dossier te laten verifiëren, als zijnde een second opinion, en u daarna te ontheffen van uw functie als wij het bij het juiste eind hebben. Dit zou héél véél ergernis, kosten en imagoschade na heden kunnen vóórkomen. Onze kosten belopen heden € 1.000,- en die willen wij verhalen op u.
- Wij behouden ons het recht voor op een ons conveniërende wijze en tijdstip dit complete dossier te publiceren teneinde afstand te nemen van deze denk- en werkwijze en ter vóórkoming van herhaling ervan. Het is goed als uw collega's kennis nemen van uw en onze bevindingen in dezen.
- Op grond van het voorgaande wijzen wij elke aansprakelijkheid zoals door u gesteld duidelijk en onverkort af en wij behouden ons alle rechten voor onze argumentatie verder uit te breiden.
Hoogachtend,
Waagmeesters Bedrijfs Advies
J.G. Scholten
< Vorige | Volgende > |