Waagmeesters Bedrijfs Advies
Stijlelement Home Email Stijlelement

Vos & De Lange advocaten, Barendrecht (2)

Rechtbank Rotterdam
Sector Kanton / civiel
Postbus 50955
3007 BS Rotterdam
Fax: (010) 29 72 569

DatumBehandeld door:
9 maart 2010J.G. Scholten

Kenmerk: zittingsdatum: 10 maart 2010
Gedaagde: Waagmeesters Bedrijfs Advies B.V.
Eiser: Mr. B.J. Nauta, curator inzake Sauna & Wellness
Zaaknummer: 1017412 CV Expl 09-35305

Conclusie van repliek etc. voor zittingsdatum door: Vos & De Lange advocaten, Mr. B.J. Nauta / curator
1e Barendrechtseweg 76-80
2992 XC Barendrecht

Edelachtbare,

Namens de besloten vennootschap Waagmeesters Bedrijfs Advies B.V., en in onze hoedanigheid van mede gedaagde, reageren wij als volgt op de conclusie van repliek etc. voornoemd.

  1. Dagvaarding.
  2. De dagvaarding is voorafgegaan door de brieven van 20 mei 2009 en 11 juni 2009. Eiser verzuimt echter onze antwoordbrief van 30 juni jl. bij de dagvaarding te voegen hetgeen niet zo netjes is. Onze brief aan eiser treft u als bijlage 1 aan.

    Wij stellen thans vast dat eiser hierop niet inhoudelijk heeft gereageerd.

  3. Antwoordbrief van eiser.
  4. Als antwoord op onze brief stuurt eiser zijn brief van 1 juli jl., die ook niet bij de dagvaarding is gevoegd. Deze treft u als bijlage 2 aan.

    Wij stellen thans vast dat eiser hierop niet inhoudelijk heeft gereageerd.

  5. Standpunt eiser.
  6. Eiser schrijft dat gedaagde wist van de eigen aangifte en dat de betaling het gevolg was van overleg met bestuurder van failliet (Sauna & Wellness Europe B.V.) met het doel van bewuste bevoordeling. Bij navraag blijkt eiser te veronderstellen dat gedaagde initiatiefnemer was tot het faillissement en dat gedaagde regelmatig in de praktijk van de heer Ph. Vijfhuize werkzaam is.

    Geen van beide veronderstellingen is juist en niet / nergens onderbouwd. Wij verzoeken alsnog dit wettig en overtuigend te bewijzen.

    Wij stellen thans vast dat eiser hierop niet inhoudelijk heeft gereageerd.

    Eiser maakt regelmatig melding van de functie van gedaagde maar komt slechts op een moment op onze dienstverlening terug en wel de conceptbrief aan de crediteuren van 12 januari 2009. Meer heeft eiser niet! Dit is wel een schamele onderbouwing en motivering van al zijn 'stellingen en standpunten' jegens gedaagde. Zijn bewijsaanbod uit de punten 56 en 57 zijn derhalve volstrekt betekenis- en inhoudloos. Maar ze zijn wel heel indrukwekkend! Eiser heeft de kansen gehad wettig en overtuigend aan te tonen dat zijn 'stellingen en standpunten' jegens gedaagde juist zijn en daarin is eiser verre van geslaagd.

  7. Eigen belang eiser.
  8. In onze brief aan eiser van 30 juni jl. stellen wij vast dat eiser door zijn beroep op vernietiging ook zijn persoonlijke belang c.q. voordeel wenst te behalen. Immers, door deze actie verwerft eiser boedelinkomsten die per definitie zijn honorarium als eerste dekken. Het is of kan nimmer de bedoelingvan wetgever geweest zijn aan eiser deze 'dubbelrol' toe te kennen. Door het ontbreken van fundamentele 'functiescheiding' in dezen is eiser verzekerd van 'honorarium' als hij Pauliana inroept.

    Omdat wij dit standpunt al lang huldigen en uitdragen is een brief geschreven aan

    prof. Mr. S.C.J.J. Kortmann in zijn hoedanigheid van voorzitter van de commissie Insolventierecht, de datum 9 juni 2008. Deze brief staat ook op de website van het Ministerie van Justitie. U treft hem aan als bijlage 3. Dit standpunt is dus niet persoonlijk bedoeld in deze casus, hoewel de treffendheid wel aanspreekt.

    Wij stellen thans vast dat eiser hierop niet inhoudelijk heeft gereageerd.

    Ter toelichting nog het volgende, uiteraard niet persoonlijk bedoeld.

    1. Zoveel advocaten er zijn, zoveel 'waarheden' zijn er, elke dag weer opnieuw.
    2. Problematischer wordt het als er twee advocaten op hetzelfde dossier tegengestelde waarheden prediken. Maar het blijven wel 'waarheden'.
    3. Deze 'waarheden' zijn vaak opgebouwd uit afgeleiden van de feiten en dat zijn uiteraard interpretaties. Zie ook in deze procedure. De 'waarheden' zijn alsdan gepresenteerd als feiten en mooi verwoord in conclusies, maar hoeveel feitenwaarde is toe te schrijven aan het bewijsaanbod uit de punten 56 en 57?
    4. Advocaten maken gebruik van deze eigen 'eendimensionale waarheden op papier' tegenover de rechter die, het zei maar duidelijk gezegd, niet meer heeft dan dat papier.
    5. En advocaten verstaan de kunst van het weglaten. Als het niet uitkomt er niet op reageren en zelfs negeren. Op alle door ons genoemde punten heeft eiser niet inhoudelijk gereageerd!
    6. Het wordt nog complexer als gedaagde geen geld of mogelijkheden heeft zich inhoudelijk te verweren. De advocaat vraagt dan bij voorbaat, en uiteraard op basis van zijn 'waarheden', gedaagde bij voorbaat te veroordelen inclusief de proceskosten. En dan gaan de eigen 'eendimensionale waarheden op papier' van de advocaat voor de feiten door het leven. En dat terwijl we streng optreden tegen de 'bonuscultuur'.
    7. Laten wij maar zwijgen over de commerciële advocaten die tevens plaatsvervangend rechter zijn.
    8. Het persoonlijk directe of indirecte belang van de advocaat is een op zichzelf staand papieren monster geworden dat via zijn schrijvers- en acteertalent winstgevend uitpakt. Als je niet verder kijkt dan zijn of haar papier dan.
    9. En al deze dossiers met 'waarheden' gaan nadien direct in de kast en komen daar nooit meer uit. Waarmee de advocaat overgaat 'tot de orde van de dag' en er dus niets verandert in houding en / of gedrag en werkwijze. En daarmee blijft de schoorsteen roken.

  9. Buitengerechtelijke incassokosten.
  10. Uit bijlage 1 blijkt dat eiser wel rigoureus is te werk gegaan met kosten rekenen. Binnen 3 weken een claim van € 100,- over een hoofdsom van € 300,- spreekt tot de verbeelding. Dit is onfatsoenlijk en wij zullen op een ons conveniërende wijze en tijdstippen deze casus ook publiceren om herhaling van deze werkwijze en dit gedrag te voorkomen. Het gaat iets te ver om deze kosten niet als debiteurenbeheer te bestempelen.

    Wij stellen thans vast dat eiser hierop niet inhoudelijk heeft gereageerd.

  11. Bevrijdend betalen en kostendeling.
  12. Wij maken bezwaar tegen de stelling van eiser dat gedaagde(n) hoofdelijk voor de kosten aangesproken kunnen worden. Eiser heeft natuurlijk wel het recht dit te vragen maar je kunt ook te ver gaan in dezen.

    Wij stellen thans vast dat eiser hierop niet inhoudelijk heeft gereageerd.

  13. Collegiaal gedrag.
  14. Wij stellen vast dat eiser het gelijktijdig aan zijn collega advocaat betaalde bedrag niet heeft teruggevorderd / betwist in deze procedure. Dat spreekt voor zich in onze ogen.

  15. Conveniërend publiceren.
  16. Wij behouden ons het recht voor, gelet op het bovenstaande en ter voorkoming van herhaling van deze werkwijze, deze casus integraal op een ons conveniërende wijze te publiceren.

Conclusie.

Wij verzoeken u edelachtbare, gelet op voornoemde punten, het gevorderde van eiser niet ontvankelijk c.q. niet gegrond te verklaren door het ontbreken van voldoende aannemelijk bewijs.

Hoogachtend,

Waagmeesters Bedrijfs Advies

J.G. Scholten

Naschrift van 28 augustus 2010.

Op 30 juli 2010 heeft de rechter uitspraak gedaan.

  1. WBA is in het ongelijk gesteld op het punt van 'wetenschap' van het faillissement omdat het nauw betrokken was bij alle voorgaande acties zoals een schuldsanering, die helaas niets opleverden.
  2. Het 'eigenbelang' van de curator staat niet in de weg dat de betaling moet teruggedraaid.
  3. De hoofdelijke terugbetalingsplicht inclusief proceskosten etc. zoals geëist door de curator is ingewilligd, waarom is niet aangegeven.
  4. Dat een collega advocaat van de curator zijn ontvangen betaling niet hoeft terug te betalen incl. proceskosten is curieus. De rechter schrijft letterlijk: 'het effect van het faillissement - een eerlijke verdeling van wat er nog is onder de schuldeisers - is ondergraven'!
  5. Maar: omdat de curator dit niet in de dagvaarding eist (!) en de rechter zich daarmee niet volgens afspraken mag bemoeien (!), ontstaat deze gekke situatie. De curator doet dit heel bewust zo!

    Dat de opbrengsten van deze terugbetaling en proceskosten rechtstreeks in de zak van de curator (en zijn college advocaat kantoorgenoot) komen staat buiten twijfel. De 'benadeelde crediteuren' krijgen hier geen cent van uitgekeerd.

    Elk beroep op Paulianeus handelen door een curator is zuiver eigenbelang, met name als een collega kantoorgenoot procedeert. Door het ontbreken van 'functiescheiding' tussen de 'politieman die de bekeuring uitschrijft en die zich laat uitbetalen op zijn bankrekening' ontstaat een legaal 'werkgelegenheidsproject met loonkostensubsidie' die direct het belang van de curator dient.


bedrijfsadviseur.nl