Waagmeesters Bedrijfs Advies
Stijlelement Home Email Stijlelement

18 november - 1

MR Advocaten en Procureurs B.V.
T.a.v. mw. Mr. L. Pawlikowski
Postbus 105
5140 AC Waalwijk
Fax: (0416) 330 673

Datum18 november 2010
Behandeld door:J.G. Scholten
Kenmerk:uw curatorschap / De Timmerwinkel BV
Failliet: 08/311F De Timmerwinkel BV.
Curator: mr. L. Pawlikowski, Waalwijk

Geachte mevrouw Pawlikowski,

Namens Waagmeesters Bedrijfs Advies B.V., en in onze hoedanigheid van bedrijfsadviseur, richten wij ons tot u met het volgende naar aanleiding van uw brief aan de rechter-commissaris van 14 oktober jl. en de brief van de rechter-commissaris aan ons van 26 oktober jl..

A. Uw brief aan de rechter-commissaris van 14 oktober jl..

Hierin stelt u dat pandhouder akkoord is met uw wijze van afwikkeling en dat zij de aansprakelijkheid niet handhaven. Maar waaruit leidt u dat af en waarop baseert u dat?

In die bewuste brief vraagt u pandhouder akkoord te gaan met de door u beoordeelde positie. Dat is iets geheel anders dan een finale goedkeuring van uw handelen als curator tegenover het pandhouderschap gelet op de gevoerde correspondentie daarover.

Bovendien zijn de concrete vragen uit de brieven van 2 en 23 september jl. hierin niet door u beantwoord.

De vaste activa zijn getaxeerd op liquidatiebasis voor € 136.106,- en is verkocht voor € 88.060,-. Die verkoop heeft plaatsgevonden aan een u bekende locale handelaar zonder fiat en medewerking van pandhouder. U maakte bewust geen gebruik van de alom door curatoren met een omvangrijke materiële boedel toegepaste inschakeling van een landelijk werkend veilinghuis en de openbaarheid van de veilingconstructie op internet. Hierdoor loopt de boedel c.q. pandhouder tenminste het verschil van ca.

€ 50.000,- mis. U beantwoordt de vraag in het geheel niet rond dit dilemma!

Deze combinatie van feiten en omstandigheden, die leidt tot het niet of nauwelijks uitkeren aan pandhouder, is opvallend juist nu u destijds was gevraagd de uitwinning aan diezelfde pandhouder over te laten. De hoogte van de taxatie, de keuze van de onbekende taxateur, het ontbreken van een internetveiling van de omvangrijke materiële activa en het ontbreken van instemming door pandhouder voor de onderhandse verkoop aan de handelaar zijn volstrekt onlogisch en maatschappelijk onaanvaardbaar. Alle betrokken partijen zijn hierdoor benadeeld, behalve uw onderhandse koper van de activa. U beantwoordt de vraag in het geheel niet rond dit dilemma!

Wat ons verbaast is dat u de klachten over uw functioneren zelf onderzoekt en beantwoordt. Uw rol van curator zou in dezen door een onafhankelijke, deskundige en objectieve derde namens de Rechtbank moeten worden onderzocht. Hier geldt nu dat de slager zijn eigen vlees keurt.

Conclusie: uw brief van 14 oktober jl. beantwoordt niet de ter discussie staande handelingen van u, in uw rol van curator, die de boedel € 50.000,- heeft gekost. Dat gaat ten koste van pandhouder en is onacceptabel. Ook de rechter commissaris en de Rechtbank kunnen en mogen dit niet accepteren.

B. De brief van de rechter-commissaris aan ons van 26 oktober jl..

Het bovenstaande onder A zou door de rechter-commissaris onderzocht moeten zijn danwel door een daartoe door haar aangewezen derde. Dat is niet gebeurd moeten wij vaststellen.

De rechter-commissaris komt tot de conclusie dat op basis van de brief onder A genoemd, en uw brief van 11 november 2009 die geretourneerd is door pandhouder, de curator juist heeft gehandeld.

Inhoudelijk betekent deze goedkeuring dat:

  1. De rol van de curator wordt goedgekeurd op basis van de resultaten uit haar eigen (zelf)onderzoek zonder dat de externe essentiële vragen afkomstig van gedupeerden door haar zijn beantwoord.
  2. De wettelijke rol van de rechter-commissaris als toezichthouder op de curator wordt goedgekeurd door de rechter-commissaris zelf op basis van de resultaten uit het door de curator gehouden eigen (zelf)onderzoek zonder dat de externe essentiële vragen afkomstig van gedupeerden door haar zijn beantwoord.

U begrijpt dat dit een onmogelijke en onacceptabele combinatie is van belangenverstrengeling en wegwerken van de vereiste functiescheiding. Hieruit ontstaat tenminste de schijn van het achteraf 'goedpraten' van de gemaakte fouten en het voorkomen van daaruit voortvloeiende gevolgen / schade.

Wij vinden het bovendien opvallend dat noch de curator noch de rechter-commissaris pandhouder het advies geven een procedure te starten.

Wij verzoeken u de door de heer en mevrouw Heijblom geleden schade als gevolg van uw werkwijze alsnog te vergoeden bij gebreke waarvan wij vrij zijn deze casus op een ons conveniërende wijze te publiceren om herhaling van soortgelijke benadeling te voorkomen. Dit mede omdat er kennelijk nog geen andere instantie of werkwijze is die u corrigeert.

Indien wij binnen twee weken na dagtekening van deze brief geen ons conveniërend antwoord van u hebben ontvangen achten wij ons vrij tot verdere integrale publicatie van ons dossier over te gaan.

Een kopie sturen wij aan de Minister van Veiligheid en Justitie met het verzoek deze zaak in onderzoek te willen nemen.

Wij gaan ervan uit dat u het faillissement niet beëindigt zolang deze discussie niet bevredigend is afgerond.

Tot nadere toelichting zijn wij steeds bereid.

Hoogachtend,

Waagmeesters Bedrijfs Advies

J.G. Scholten

CC:

  • Rechter-Commissaris mr. C.T.M. Luijks, rechtbank Breda
  • Minister van Veiligheid en Justitie, mr. I.W. Opstelten, Postbus 20301, 2500 EH Den Haag

bedrijfsadviseur.nl